Categorie archief: ningen (mensen)

sitting in your space, asking myself why

Hongerige apen lijken het wel. Hongerige apen die, zodra de kooi open gaat, achter de banaan aan gaan.
Een mens zou het al in zijn veel te dure designer onderbroekje doen bij alleen al de gedachte van de trein te moeten stappen in Gent St-Pieters op een vrijdagavond.
Een week studentikoos wezen wakkert, afgaand op de gedrevenheid waarmee sommigen op de trein proberen te geraken, de drang naar mama duidelijk erg aan.
Daar is natuurlijk niks mis mee, ook ik miste mijn moeders kookkunst na een weekje kost van het studentenrestaurant.
Maar ik hield mijn manieren, want mama zou vast niet blij geweest zijn wanneer ik op weg naar haar toe enkele omaatjes tussen de rails had geduwd.

Nu ja, omaatjes zijn op zich natuurlijk ook geen lichtend voorbeeld als het op treinreizen aankomt.
Ook zij zijn er als de kippen bij wanneer de deuren van het rijtuig zich openen.
Ik kan er in komen dat reuma na tien jaar stilaan op je humeur gaat werken, maar manieren zijn van alle tijden, voor of na den oorlog.
En dan maar zeuren, dat de jeugd geen manieren heeft, dat ze geen respect hebben voor de oudere generatie.
De oudere generatie die zelf de Canadezen in ’45 met open armen en benen ontving. Dat zijn we ondertussen vergeten.
Alzheimer, meneer.

fotoIk blijf er kalm onder.
Ik ben tenslotte voor het cosmopoliete gevoel naar Gent verhuisd.
Wat is een grootstad, zeg nu zelf, zonder de ongemakken der overbevolking?
Ik wapen me tegen de boertigheid mijner medemensen met muziek die de zeden verzacht.
De zeden van de jeugd en de omaatjes kunnen me gestolen worden.
De rubberen rand aan de oortjes van mijn muziekspeler sluiten mijn buis van Eustachius hermetisch af. Ik pendel in mijn bubble.

 

En natuurlijk heb ik voor elk moment van de dag mijn aangepaste muzikale zeepbel klaar.

De ochtend vroeg vandaag om dit #diepzinnig&groovy:

De avondspits had nood aan dit #readyfortheweekend:

En voor het slapengaan is er dit #tootiredtoparty:

Life is a dance. Als ik niet te moe ben, tenminste.

you wore a tie like Richard Gere

We dansten, Richard Gere en ik, op blote voeten in een plasje water.
Hij drukte zijn ontblote bovenlijf tegen me aan. De warmte van zijn lichaam gaf me een behaaglijk gevoel.
Ook al geven zijn mooie grijze haren nu slechts een hint naar de schoonheid die hij ooit belichaamde, toch gaf het schuren van zijn lichaam tegen mijn borsten aan, me een tinteling in mijn onderbuik.
Toen rinkelde de wekker.

 
Nu heb ik al veel rare dromen gehad maar nooit één met mezelf in de rol van gepensioneerde (vrouwelijke) journaliste.
Met mijn buik en zware borsten in een veel te groot badpak gehesen, was ik in een wellnesscentrum om Richard Gere te interviewen.
Hij was aimabel, vriendelijk en charmant. Het klikte, om het zomaar te stellen.
Toen ik hem vroeg wat zijn succesformule was voor het verleiden van vrouwen, zei hij: “Laat ik het je even tonen. Zullen we dansen?”

 
De spanningen en gevoelens die worden opgewekt door het kopen en verkopen van huizen eisen blijkbaar hun tol: mijn geest laat stoom af op de meest bizarre manieren.
Dromen is nog niet zo een slechte manier van stoom aflaten vind ik zelf.
Als ik zie hoe sommige andere mensen stoom aflaten, stel ik me alvast heel wat vragen.
Het Internet en de sociale media maken het steeds makkelijker om te interageren en verlagen de drempel voor onfatsoenlijk gedrag.
De tweets die Boy George worden geadresseerd zijn op sommige momenten ronduit beschamend en maar een kleine indicatie van het “innerlijke beest” in de mens.
Supersterren die elkaar publiekelijk beledigen zijn ook al geen lichtend voorbeeld voor de maatschappij.

 
Het geeft me steeds meer zin om me in mijn ivoren toren terug te trekken, om afstand te nemen van “de maatschappij” dewelke steeds meer gaat lijken op een verzameling individuen met “haat” als grootste gemene deler.
De jeugd spreekt in tweets en vindt dat normaal.
“Het zijn weer eens homo’s die voor ons lopen zekers, want het gaat niet vooruit!” tweette het brein van een zestienjarig wicht via haar mond in de Gentse Lange Munt terwijl ze met haar vriendinnen ons met gezwinde tred inhaalde.
Mijn vriend interpelleerde haar even maar ze vervolgde haar weg, veel te grote handtas aan de arm, alsof ze dé ster was in een nieuwe videoclip.
Ik wilde haar graag zeggen dat ik hoopte dat ze ooit de sociale status zou bereiken die overeenkomt met de attitude die ze al heeft, maar mijn opvoeding weerhoudt me ervan.

Het maakt me angstig te realiseren dat ik met veel plezier haar pubertronie eens zou bewerken met mijn blote vuist.
Ik denk dus dat ik maar beter in mijn ivoren toren ga wonen.
Als mijn haar lang genoeg is, gooi ik mijn vlecht wel door het raam naar buiten. Kom me dan gerust redden.

een passage zonder glans

Mijn buurvrouw was een vrolijke vrouw.
Tenminste dat denk ik. Ik heb ze immers altijd zo ervaren.
Ik heb haar nooit echt goed gekend maar ze was een fijne buurvrouw: altijd fijn goedendag zeggen, even zwaaien van aan de voordeur,  pakjes van de koerierdienst in ontvangst nemen.
Ook al was ze nog jong, een aantal jaar geleden werd ze ziek. Deze week overleed ze.

Ik vind het vreselijk.
Vooral omdat ze leed aan de ziekte waar ook mijn moeder aan lijdt en omdat ik voor mijn moeder hoop op een andere afloop.
Naïef misschien maar toch.

Toen ik deze morgen aan mijn moeder vertelde dat ik morgen naar de begrafenis van de buurvrouw zou gaan was ik niet van plan om het onderwerp verder aan te boren. Maar moeder was me voor.

“Dat meisken had hetzelfde als ik, hé?”
“Ja, moeke.”
“Ze waren ook zo grijs hé, haar haren, toen ze terug groeiden, ’t was schoon.”
“Ja, moeke.”
“Ze was veel te jong om te sterven, ik zei het nog tegen papa toen ik het overlijdensbericht op je tafel zag liggen, ik zei: dat meisken heeft minder geluk dan ik. Kom jij dan straks eten, jongen? Zeg, ja, ik denk eraan, hoe was Madonna? Was het zo slecht als ze schrijven in ons gazet? Een passage zonder glans?”

toomawashi4belgium

“Ge moet maar durven,” zeg ik tegen Moderu terwijl we onze bevallige derrière doorheen de Gentse Veldstraat slepen, op een zaterdagochtend op zoek naar koffie en naar Dove douchecrème. De bad-en doucheproducten staan in “2+1 gratis” promotie in Kruidvat en we weten allemaal dat we ooit eens failliet gaan aan een overdosis douchegel.

“Het is godgeklaagd,” stemt Moderu in, “heb je die persconferentie van Sharia4Belgium gezien? Die mannen verkondigden de superioriteit van hun geloof boven onze democratische waarden, nota bene vanuit een pitabar.”
“Zelfs met een ferme klodder looksaus kan ik die onzin niet slikken,” ga ik verder terwijl ik langzaam aan op mijn paard kom te zitten. “Ik ben al die linkse bullshit langzaamaan beu aan het worden, ik bedoel: ik wil best solidair zijn met gelijk wie maar solidariteit is geen éénrichtingsverkeer. ”

“Je hoeft nu niet meteen een genie te zijn om te begrijpen dat er consequenties zijn wanneer je een politieagent de tanden uit zijn mond klopt, of je dat nu doet met een hoofddoek op je hoofd of zonder,” mengt Moderu zich verder in de discussie, “maar nee, dan gaan ze eens op straat komen omdat ze zich tekort gedaan voelen, ik bedoel: wat is er met zulke mensen aan de hand?”

“We zullen het aan de socialisten vragen, wanneer ze in september de markt afschuimen,” probeer ik lacherig onze zaterdagvoormiddag te redden van de politieke ondergang. “Je moet trouwens die Dove Pro-Age douchecrème eens proberen, ik ben er dol op. Hij ruikt naar ouwe wijven.”

ToomawasHIT of the day:
Little Boots – Every Night I Say A Prayer

wanna hold my Swiffer?

Het is altijd interessant om de privételefoongesprekken van je collega’s af te luisteren. Naast informatie over de openingsuren van de kinderopvang en over wat er ’s avonds op het menu staat, krijg je bovendien een idee van hoe thuis de machtsverhoudingen liggen en wie van de twee partners de andere het liefste ziet. Extreem verhelderend vind ik dat.

Hoewel ik me bij mijn eigen relatie die vragen helemaal niet stel, vraag ik me toch af wie bij mijn collega’s thuis de lakens uitdeelt. En of het satijnen lakens zijn of lakens uit duurzaam katoen, die iets beter zweet en de occasionele pipidruppel absorberen. Zo kom je ook te weten of de collega de voorkeur geeft aan stoffen die zich lenen tot romantische passie dan wel aan stoffen die gemakkelijk wassen en in de droogkast kunnen zonder daarbij de helft van hun bruikbare oppervlakte te verliezen. Het is een wonderbaarlijke wereld, de echtelijke microkosmos van de collega’s.

De echtgenoot van mijn collega Floor werkt in een fabriek. Hij werkt vooral avonden en nachten aangezien hij , volgens haar, dan de kinderen van school kan halen en omdat hij, volgens mij, dan niet naast haar hoeft te slapen.
Het huishouden regelen doen ze dan telefonisch, aangezien zij op haar werk zit wanneer hij het huishouden doet, althans dat denkt zij.
Het is echter duidelijk dat hun communicatie qua planning van de schoonmaak in etappes verloopt. Zo belt hij bijvoorbeeld op om te zeggen dat hij het stof zal afnemen, waarop zij haar akkoord geeft. Vervolgens belt hij even later terug om te vragen of er ook achter het televisietoestel met de Swiffer moet worden gewreven.

Meestal volgt dan een litanie over hoe Swiffers stof vasthouden via elektrische ladingen en dat de elektrische ladingen in de buurt van het televisietoestel er eerder voor zorgen dat het stof uit de Swiffer zich aan de tv hecht in plaats van andersom. Dan wordt er ingehaakt en diep gezucht. Even later belt hij terug op om te zeggen dat ze gelijk heeft en dat de tv nog vuiler is dan tevoren.

Ik vermoed dat hij na het Swifferen de lakens ververst. Ik gok op katoenen lakens.

internationale dag van de vrouwelijke kant der mannen

Vandaag vraag ik me af of ik, in het teken van de Internationale Vrouwendag, mijn vrouwelijke kant niet eens wat extra moet gaan ontwikkelen.
Het is toch te gek voor woorden dat ik vandaag niet in het centrum van de belangstelling zou staan, enkel en alleen omdat ik een man ben.
Het is niet eerlijk om me op basis van mijn door hormonen gestuurde gezichtsbeharing 24 uur lang alle aandacht te ontzeggen.

Beeld u eens in: op het werk zijn de 3 directeurs-generaal vrouwen en beman ik een dienst van 5 personen waarvan 4 vrouwen zijn. Een mens zou voor minder homo worden.
En dus beslis ik maar, na 25 microseconden te hebben overwogen meer toenadering te gaan zoeken tot mijn innerlijke vrouwelijkheid, om deze beker aan mij voorbij te laten gaan.
Zo een beker is immers vast en zeker van het merk Villeroy & Boch, kortom: niet direct mijn stijl.

En als alles echt tegenzit, hebben de lipsticksporen de vaatwasser overleefd.

De laatste keer dat ik overwoog mijn vrouwelijke kant verder te ontwikkelen, was ergens in het voorjaar van 2004.
Ook toen besloot ik, na het bekijken van het Songfestival, er niet mee door te gaan.

de prikklok #tiktak

“Depending on how you see a thing, the ship is free or really sinking”
Deee-Lite  – Good Beat – 1991

De prikklok.
Daar waar in de privésector de prikklok als het hoofdinstrument van Big Brother wordt gezien, vertegenwoordigt de prikklok in de ambtenarij het “Hoogste Goed”, namelijk verlof.
Wanneer een ambtenaar over “zijn uren” spreekt, dan gaat het niet over de 7u36min die hij dagelijks op zijn werk moet doorbrengen maar eerder over de 2 extra minuten die op de prikklok geregistreerd worden wanneer hij 7u38min op zijn werk blijft.
In de publieke sector, het zal u niet verbazen, kan je als dusdanig verlof bij elkaar “sparen”.
In crisistijd moet je sparen, dat weet iedereen. En dus geven de ambtenaren het goede voorbeeld.

 
Iedereen moet langer werken, en dus werken ook de ambtenaren langer. Ikzelf werk bijvoorbeeld elke dag gemiddeld 30 minuten langer wat me per maand al gauw één dag extra verlof oplevert.
Jammer genoeg is het in mijn geval niet echt een vrije keuze maar eerder pure noodzaak. We hebben immers té veel werk en té weinig personeel, strikte deadlines en té veel hoogdringendheden.
Zeuren doe ik daar niet over want ik krijg er tenslotte wel een dagje recuperatieverlof voor.
Fair is fair.

 
Een dagje waarop ik gezellig thuis, met een tasje koffie voor mijn computerscherm gezeten, op Facebook de platitudes die werknemers uit de privésector over de ambtenarij ventileren, kan lezen.
Platitudes in de vorm van vooroordelen zo hoog als huizen. Huizen met een zadeldak (en hoogstwaarschijnlijk afzichtelijke zonnepanelen).
Ik draai op zulke momenten meestal even verveeld met mijn ogen, en maak mezelf een extra tasje koffie. De koffie thuis is immers veel beter dan die van Madame Arabelle.
Alleen moet je hem thuis zelf maken, dat is iets minder.

 
Voor de naarstige urenspaarder telt elke minuut.
Wanneer je het voor jezelf als hoofddoel van de dag fixeert om de eerste trein, volgend op het einde van de stamtijden, terug naar huis te nemen, dan moet je nu eenmaal een sluitende retroplanning opstellen. De trein van 16u16 minus 7u36 verplichte werktijd minus de extra 25 minuten die je nodig hebt voor je maandelijkse dag recuperatieverlof, verplichten je de trein van 7u17 naar Brussel te nemen.
En dat zullen we geweten hebben.

 
Het leger ambtenaren dat elkaar verdrukt op het ogenblik van het openen van de treindeuren, geeft een mooi beeld van wat hen drijft. Als de prikklok roept, dan moet je er zo snel mogelijk zijn.
Maar voor je er bent moet je nog wat slapen. Op de bank van de trein, aan de kant van het raam. Zo heb je minder risico om bij een spoorwissel met je tronie tegen de grond te gaan of – erger nog – met je neus tussen de billen van de dame naast je te belanden.

 
En wanneer je slaapt dan wil je slapen aan de zijde van jouw echtgenoot. Wanneer er al iemand naast jouw echtgenoot zit, dan kaffer je die persoon maar even uit, want dat recht heb je.
Je bent immers vroeg uit je bed moeten komen om er volgende week maandag (je “vaste” maandelijkse recuperatiedag) wat langer in te kunnen blijven liggen.
Wanneer die nietsvermoedende treinreiziger daarop even suggereert dat je misschien een ongemanierde en geperoxideerde koe bent, dan leg je even uit dat je overduidelijk stond te wachten om naast je man te gaan zitten, waarschijnlijk net als de 5 andere mensen die naast je stonden.
Wanneer de trein stopt, dan spring je overeind en vertrappel je de medereizigers die even in het gangpad stappen om hun jas van de bagagedrager te nemen. Je stormt van de roltrap en spurt naar het kantoorgebouw waar je op Facebook met je vrienden zal gaan delen dat je deze nacht lekker hebt geslapen.
Alleen is je leven een regelrechte nachtmerrie. Een sleur die tot op de minuut nauwkeurig wordt bijgehouden.

Ik neem de trein van 7u35 vanaf vandaag, zo heb ik ’s morgens 10 minuten extra om tegen mijn Zoetje te zeggen dat ik hem graag zie, waarop hij even met zijn ogen draait en van zijn koffie drinkt.
De koffie thuis is immers nog lekkerder met z’n twee.

I love you, guys xxx

Ik denk er de laatste tijd wat vaker aan terug, aan de momenten waarop mijn vrienden en ik elkaar troffen op een zonnige zaterdagmorgen of op een zwoele zomeravond, op een terrasje in onze Stad.
“Ergens onder de kerktoren” zou vanuit literair standpunt mooier hebben gestaan in de vorige zin, ware het niet dat men er in Aalst nooit is toe gekomen om een kerktoren te bouwen aan wat eigenlijk de kathedraal moest zijn en nu in de volksmond “de ouwe kerk” wordt genoemd.

Vier vrijgezellen, dat waren we, allemaal tot op zekere hoogte op zoek naar iets maar waarvan we het belangrijkste steeds bij elkaar vonden: een luisterend oor.
Die avonden en middagen werd er gepraat over egocentrische homomannen, over te veel drinken en domme dingen doen, over sporten en mooie lichamen, over kleding die de koopwaar in de juiste context moest plaatsen en over sex  – of het gebrek daaraan.

Het leken wel scènes uit Sex & The City waarin de Empire State Building was vervangen door de Aalsterse Belforttoren bij gebrek aan een torengebouw voor de kathedraal.
Wie in onze regie Carrie was – en wie Samantha – dat wou nogal eens verschillen in functie van de dag en vooral van de nacht die eraan vooraf was gegaan.
Het was grappig hoe een zelfde situatie vanuit het oogpunt van de ene als “Carrie” werd bestempeld en voor de andere vooral  “Samantha” was.
We keurden openlijk af dat vrienden van ons hun sociaal leven terug schroefden om in hun relatie te investeren.
Saai Worden, was in onze ogen, de eerste halte van de tram naar de Hel.


Vandaag besef ik dat Rustig Worden de eerste halte is van de tram naar de Hemel en vooral dat beide haltes zich op dezelfde straat bevinden, alleen aan tegenovergestelde zijden.
Ik denk er vandaag met een warm hart aan terug, aan de momenten waarop mijn vrienden en ik elkaar troffen de afgelopen dagen, ergens in onze Stad of in de hunne.
Aan het feit dat we allemaal op dezelfde tram naar de Hemel blijken te zitten, onze bagage netjes gepakt, voorzien van kleding die niet zozeer onze koopwaar tot zijn recht laat komen, maar die ons warm zal houden wanneer de wind van de Tegenspoed zijn tanden in onze kaken zet.
Aan het feit dat ik ben vergeten te zeggen dat we eigenlijk allemaal “Charlotte” zijn.
Maar daar krijg ik ongetwijfeld nog de kans toe.
I love you, guys.

Ellie Koelbloedt, you’ve got a thing coming

Tijdstip: koffiepauze op maandagnamiddag
Auteur: Toomawashi
Onderwerp: Ellie Koelbloedt

Zo.
Mijn vermoedens worden werkelijkheid.
Tijd voor een goed strategisch plan.

Stap 2:
Hieronder vind je een schets/profiel van de vijand:

Grootte: 1m75 ongeveer
Gewicht: normaal meisjes gewicht
Sterktes: sportief, in staat zich voort te planten en toekomstige vijanden groot te brengen.
Zwaktes: nog nader te bepalen.

Wordt ongetwijfeld vervolgd…

Disclaimer.

Ellie Koelbloedt

Tijdstip: Lunchpauze op maandag
Auteur: Toomawashi
Onderwerp: Ellie Koelbloedt

Zoals het hier regelmatig gebeurt, wanneer het budget van de Duiventil het toelaat, boodt zich vanmorgen een lading nieuwe werkkrachten aan ter hoogte van het onthaal.
Nu ja, of het werkkrachten zullen zijn, dat valt af te wachten. Veel van de rekruten denken zich op een Overheidsdienst te kunnen permitteren om hun dagen te vullen met het vijlen hunner nagels en het bellen naar mama.
Wanneer een drietal maanden later de roze wolk waarop ze binnendreven in realiteit het gat in de ozonlaag blijkt te zijn, houden ze het dan ook voor bekeken, klaar om ergens anders een nieuwe uitdaging aan te gaan (lees: hun luie krent te gaan schuren bij een andere werkgever in de hoop dat deze er langer dan drie maanden zal over doen om te beseffen dat ze niks in hun mars hebben en nog minder in hun hoofd).

Nu ja, vanmorgen leken er een aantal interessante exemplaren tussen te zitten (een aantal zien er uit alsof ze van buitenlandse origine zijn en ik hou wel van latino’s).
Eén ervan was blond, gehuld in een roze rok en een bijpassende truitje. Een nadeel, zoveel is duidelijk.
Ze zei “Goeiemorgen, meneer” wanneer ze aan mijn bureau passeerde.
Ik vermoed dat ze onze dienst zal komen versterken en ik verdenk haar ervan een charmeoffensief te willen inzetten om nadien zonder enige schroom mijn job in te pikken.
Zo gaat dat in het leven wanneer je moet samenwerken met mooie blonde vrouwen, nietwaar?

Ik bereid me alvast voor op een strijd waarin ik mijn eer en job met man en macht zal verdedigen.


Je vijand kennen is de eerste belangrijke stap in het welslagen van een strategie.
Momenteel weet ik het volgende:

  1. ze heet Ellie Koelbloedt
  2. op haar vorig werk zat ze naast de faxmachine
  3. ze lijkt sportief van nature
  4. ze zei “Meneer” tegen mij – I like that

Wordt ongetwijfeld vervolgd…

Disclaimer.