Categorie archief: betsu ni (nothing)

verhuisd

Je vindt me vanaf nu hier:

Afbeelding

of ergens slapend onder een brug wanneer ik te veel heb gedronken

one Queen does not make a summer

Het leven zonder stem valt dik tegen.
Zwijgen is niet meteen mijn forte en ziek op de zetel liggen al evenmin.
En die hoestbuien. Vreselijk.
Ik word er ronduit slechtgezind van.

Maar toch zijn er zilveren randjes aan de donderwolk mjner humeur. Zo kan ik met de laptop op schoot wat bijlezen, op de voet volgen wat de medemens bezighoudt.
Op Twitter natuurlijk want Facebook is oud nieuws. Ook daar word ik slechtgezind van.
Oud nieuws is zoals koude soep: de balletjes zijn te hard om zomaar door te slikken.

En zo klikte ik deze morgen het Twittericoon in mijn Firefox bladwijzerbalk aan, slurpend aan mijn Madonnakopje, gevuld met veel te zoete honingthee.
“Make your profile beautiful,” bloklettert Twitter bij mijn aankomst op de microblogsite.
Ook goedemorgen denk ik bij mezelf. Had ik wat meer stem gehad, had ik even luid gevloekt.
Wat is er in Godsnaam mis met mijn profiel? Is Twitter nu opeens het Mekka van de esthetiek?

Ik scrolde door de tweets van mensen die ik ooit eens besloot te volgen, al weet ik nu vaak niet meer waarom.
De Australische homo die op blote voeten door een overstroming moest waden om zijn wagen op te halen heeft alles via Twitpic gedocumenteerd. De haren en de zonnebril perfect esthetisch op elkaar afgestemd.
“I don’t get that you’re single”, schreef één van zijn volgers, “you are so slutty and available…”.
Nu ja, in Gent scheen de zon.

“Wat dragen vrouwen wanneer ze solliciteren bij Vogue?” vroeg Weekend Knack zich tweetsgewijs af.
Pertinente vraag, zo vond ik.
Wat doet een mens aan voor zoiets?
Ik zou mijn roze trui met grijze strepen aantrekken omdat die mij zo beeldig staat.

beatrix_singapore_anp-1024

Pas echt interessant werd het vanavond wanneer al de gays simultaan gingen hallucineren over wat Maxima zal dragen bij de troonsbestijging van Willem Alexander.
Ik vraag me vooral af wat Willem Alexander zal aantrekken.
Wat doet een mens aan voor zoiets?

O ja, ook nog even dit:
(zij hadden zich ook beter afgevraagd wat een mens draagt voor zoiets)

f*** you, buddy

Mijn nieuwe buren zijn gepensioneerd. Tot zover het idee dat een verhuis naar wat op Facebook door de inwoners “de meest fantastische stad van Vlaanderen” wordt genoemd mijn hipsterscore serieus positief zou aandikken.
Terwijl ik door het raam naar het aan mijn Mini Cooper vastgevroren sneeuwtapijt kijk en met afkeer vooruit denk aan het afkrabben van de voorruit, stel ik vast dat de buurvrouw-links nog in haar bed ligt. De buurt is levendig, maar nu even niet.
Dus slurp ik koffie en luister naar Rihanna.
Now how hip is that?

De buurman-links is eigenlijk niet eens de buurman-links maar eerder de fuckbuddy-links zo vernam ik onlangs van de buurvrouw-rechts. Roddelen is hier blijkbaar sociaal totaal aanvaard en dat stelt me gerust. Tolerantie draag ik hoog in het vaandel en een roddeltje bij de koffie onderdrukt de zin in speculoos.

Fuckbuddy, hé? Hoe oud is buurvrouw-links? Zo oud?
Ieder zijn ding denk ik dan maar, wat moet een mens immers ganse dagen doen wanneer je gepensioneerd bent? De tijd moet worden gedood en waarom dan niet met wat vleselijke geneugten? Koffie drinken 24 uur lang is immers slecht voor de maag en je adem gaat er vies van ruiken.

“Fuck you” was ook het eerste dat ik ooit heb gezegd tegen buurman-links. Wist ik toen veel.
Ik vind het tenslotte zeer ongepast om, ter kennismaking met de nieuwe buren, even tegen hun auto te rijden en ze dan vervolgens te beschuldigen van te ver naar voor geparkeerd te staan.

Is het eigenlijk niet al wat laat om nu nog in bed te liggen? Is het niet zo dat gepensioneerden niet kunnen slapen? Ik zal het toch even in de gaten moeten houden.
De weerman waarschuwt immers dagelijks voor koolstofmonoxidevergiftiging.
Wat ben ik toch een goede buur. De mensen hier mogen content zijn dat ik hier mijn intrek heb genomen. Tijd voor een nieuw kopje koffie.

Xmas is a drag

the force of the Snickers

Het aantal mooie mannen op het werk is beperkt.
Niet dat er een nood aan mooie mannen is op het werk, daar gaat het nu niet over.

Op het werk zijn we immers om te werken, te roddelen over de collega’s en onszelf in de kijker te werken teneinde de carrièreladder te beklimmen met duizelingwekkende snelheden. In mijn geval is dat één verhoging van loonschaal om de 6 jaar. Maar dat deert me niet want ik ben één van de weinige mooie mannen op het werk dus ik hoef geen geld te hebben om gelukkig te zijn.

Toch is het leven zoveel aangenamer wanneer de omgeving waarin je moet werken wat opgefleurd wordt, door een kamerplant bijvoorbeeld, een kindertekening of – ja waarom ook niet – wat mannelijk schoon.
De palm die ik naast mijn bureau heb staan is zeer impressionant maar de mannen die door de gang sloffen zijn minder uit de kluiten gewassen. Mochten ze palmen zijn dan had ik ze al even wat bewaterd met mijn roze Ikea-gietertje. Nadat ik aan het water een flinke scheut Substral had toegevoegd, zoveel is duidelijk.

Dor, zo kan ik ze het beste omschrijven, de hoofdcategorie mannen op de werkvloer. De “dorre palmen”: ooit mooi geweest maar nu niet meer te redden.

En dan zijn er de occasionele uitzonderingen, de subcategorie “groene brandnetels”: fris vergeleken met een dorre tak maar au fond toch onkruid.
In het land der blinden is eenoog koning en als mijn beide ogen al eens 5 seconden worden vastgehouden door een voorbijganger, dan is dat als het ware het spreekwoordelijke hoogtepunt van mijn dag.
Dat is het voordeel van een bureau te hebben vlakbij de snoepautomaat.

strange / stranger

Het voelt vreemd aan.
Met je handen in je zakken en je voeten in de sneeuw.
Wandelen, na zonsondergang,  in de straten van jouw geboortedorp.
Vreemd omdat de huizen in de straat waar je als peuter wel 600 keer met je fietsje bent langsgereden zijn vervangen door nieuwere exemplaren.
Vreemd omdat je er niet in slaagt je te herinneren hoe die oude huizen er precies uitzagen.
Vreemd omdat de veiligheid die je vroeger voelde in die – toen erg vertrouwde – omgeving als sneeuw voor de zon is verdwenen. Geen zon ook. Wel sneeuw.

Het huis van mijn oma, ietsje verder op mijn weg, is mooi verbouwd maar voor mij onherkenbaar.
Het raam aan de overkant, van waaruit haar buurvrouw mij als klein jongetje elke dag vriendelijk toelachte, is vervangen door een onderhoudsvriendelijk PVC-exemplaar.
Het vele speelgoed in de achterliggende ruimte getuigend van nieuw leven in het oude huis.

Op weg naar het huis van mijn ouders, hetwelk zij binnenkort zullen inruilen voor een moderne flat, herinner ik me het zorgeloze gevoel dat ik had, wanneer ik als kind via hetzelfde traject pendelde tussen het huis van oma en mijn thuis.
Toen, onverschillig ten opzichte van het feit dat het ooit wel anders zou zijn.
Dat ik er mij als volwassene verweesd zou voelen.

Ik vind het vreemd genoeg erg geruststellend te beseffen dat je een thuis kan maken waar je dat wenst, waar je jezelf goed voelt, met iemand waarvan je houdt.
Het besef dat een thuis geen vaste plek is, aangeduid met een kruis op een kaart, maar de plaats waar je beslist je leven te leiden.

Mocht ik nu nog mijn handschoenen vinden in één van mijn verhuisdozen, dan zou ik onverdeeld gelukkig zijn.

the comeback / attention whore

Ik heb er altijd van gedroomd. Ik zou terugkeren. Terugkeren om te zeggen dat ik eigenlijk nooit echt weg ben geweest. Terugkeren om te horen dat ik werd gemist. Een comeback maken in de stijl van Tina Turner, of beter nog, net zoals Cher. Een half jaar ouder maar 2 jaar frisser ogend.

Met veel toeters en bellen. Dat zou nog eens iets voor mij zijn.
Amai niet.
Ik heb nooit ontkend een attention whore te zijn.

Maar voor het grote artillerievuur heb ik geen tijd. Nog niet.
Vandaag wordt immers voor de 3de keer dit jaar het huis, waarin ik op dat ogenblik leef, verkocht.
Ik ben eigenlijk dakloos, opgevangen door goede zielen die met mij hun huis en – belangrijker nog – hun badkamer willen delen.
Ik verdraag dat ze met hun vingers in mijn Kiehl’s potjes zitten en zij verdragen de verstikkende Dior-walm des morgens nadat ik een “wolkje” parfum heb opgedaan.

Zij verdragen mijn humeurigheid veroorzaakt door het feit dat ik mijn man niet kan knuffelen omdat we zijn ondergebracht in verschillende opvanggezinnen. Maar ze krijgen er iets voor terug.
Ik luister hun Radio-2-gedomineerde leven op met mijn cd’s van Five Star en Lana Del Rey. Die mensen mogen niet klagen.

De toeters en bellen zullen voor 2013 zijn, dat ga ik deze mensen hier besparen.

psml

psml: abbreviation used when texting or on e-mail.
meaning pissing myself laughing.
originated…probably scotland!

someone sent you something really funny
you reply: psml!

Tinternet is toch wel een bron van wijsheid imo
rofl

another text message, another drama

sms: Toomawashi -> Moderu: “aaaaaaahhhhhhhhhhhhh néééééééééééééééééééééééééééééééé, ik ben DIK!”
5 minuten stilte.

sms: Moderu -> Toomawashi: “ach kindj, wie nie?”
zelfbeeld opgekrikt.

JJ, c’est toi là-bas dans le noir?

Ik erger me blauw.
Niet zo maar gewoon blauw en ook geen trendy blauw (R114 G155 B200), maar Open VLD-blauw.
Alsof we in Aalst onze handen nog niet vol genoeg hebben met een toerenpoeper van de CD&V, komaan zeg. Give us a fucking break.
Nu spannen de liberalen in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen toch wel Jean-Jacques De Gucht voor hun politieke huifkar, zeker.
The horror.


“JJ 2012” luidt de slogan die Aalst blauw moet doen kleuren in oktober.
Wat een idee. 
De spin doctor die met deze vondst kwam aanzetten en het ook nog verkocht kreeg, die mens verdient bewondering.
Onkunde verzilveren, het is een kunst op zich.

Maar ik had het over de liberale huifkar. Nu ja, aan paardenkracht zal het JJ niet ontbreken, neem ik aan.
Liberalen rijden meestal met grote wagens, dat is nu eenmaal liberaal or summink.
Ik had hier nu ook graag een kwinkslagje over een paardengebit in mijn zin verwerkt, maar helaas: op JJ’s gebit valt waarschijnlijk niet veel aan te merken.
En daarbij: een gegeven paard kijkt me niet in de bek en dus ook geen liberaal paard.
JJ, wat een liefelijke naam voor een blauwe hengst.

Toegegeven, in mijn ogen is JJ het prototype van de fils-à-papa, de belichaming van de natte droom van elke rijkeluisdochter uit Sint-Martens-Latem, het cliché van de op-de-dijk-flanerende parvenu (à Knokke, bein oui) en dus: een paardengebit, dat heeft hij volgens mij niet.
Maar dat kapsel.

JJ mag blij zijn dat zijn haardos er nog niet mee gedreigd heeft om alleen te gaan wonen. Een kapsel zoals datgene verantwoordelijk voor mijn afkeer voor immobiliënmakelaars, is nu niet direct een stemmenmagneet in mijn ogen. Maar JJ vindt dat waarschijnlijk sexy.
Sexy van het soort dat een aantal gram Super Strong haargel vereist.
Sexy na een aantal Duvels.
Sexy na een cocktail van Moezelwijn en liedjes van The Black Eyed Peas.

Tijd voor een discodeuntje.
Een mens kan maar zoveel hebben op een vrijdagavond nietwaar?